Een sterk Leuvens nest - Kindperspectief
Ik had een gelukkige jeugd en een hechte band met papa tot m’n 7e. Toen kreeg hij een werkongeval en is hij gehandicapt geraakt. Sindsdien kampte hij met veel pijn, depressies en een alcoholverslaving. Wanneer hij z’n medicatie niet nam, werd hij ook agressief. M’n vader wilde er niet meer zijn en had zelfmoordneigingen. Op m’n 8ste heb ik hem gezien met de loop van een geweer in z’n mond. Ik heb hem toen kunnen overtuigen om het niet te doen. Sindsdien dreigde papa vaak om zichzelf van kant te maken. Ik heb mezelf tot m’n 16e afgevraagd of ik hem na school aan de luster zou vinden.
Naast de vele frustraties van papa waren er financiële problemen en druk op de relatie met mama. En net in die periode werden m’n (tweeling)zussen geboren. Ik werd toen gebombardeerd tot het klein mamaatje dat het huishouden deed. Wat ik ook deed, het was nooit goed genoeg. Ik kon alles gepoetst hebben maar als 1 plintje niet volledig proper was, dan hadden ze dat gezien. Geslagen worden was in die periode even normaal als eten krijgen. Dagelijks werd ik fysiek en emotioneel mishandeld.
Jarenlang heeft niemand iets opgemerkt. Ik was een heel flink, stil kind, en ontsnapte in boeken en puzzels. Naar de buitenwereld toe waren we het perfecte gezin en was er niets aan de hand. Ik was een held geworden in het opzetten van een clownsmasker, enorm bang dat het zou uitkomen en dat ik dan nog meer mishandeld zou worden. Ook voor m’n zussen wilde ik niet dat het aan het licht kwam, omdat ze nog zo klein waren. Voor mezelf werd ook pas in het middelbaar duidelijk dat de situatie thuis niet normaal was.
Op m’n 16e, bij het zoveelste conflict thuis met fysieke agressie, ben ik gebarsten. Een vertrouwenspersoon op school, een heel lieve en warme mens, zag dat ik over m’n toeren was. Samen met de directie heeft hij ervoor gezorgd dat ik naar een psycholoog kon gaan tijdens de schooluren, zonder medeweten van m’n ouders. Snel daarna ben ik thuis vertrokken. Een tante aan wie ik het vertelde, geloofde me niet en dacht dat ik aandacht zocht. Een korte tijd kon ik bij m’n vriendje thuis logeren. Zijn ouders verwittigden de politie, met mijn medeweten, en vanaf dan kwam ik in het hulpverleningssysteem terecht. Tussen m’n 16e en 17e heb ik op veel plaatsen gewoond. Eerst in een doorgangshuis, daarna in een jeugdzorginstelling, vervolgens in een gesloten jeugdinstelling en uiteindelijk in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik botste op heel veel regels en te weinig flexibiliteit in de hulpverlening en op m’n 17e ben ik daar vertrokken. Toen de jeugdrechter me meerderjarig verklaarde op m’n 17e ben ik gestopt met school, zelfstandig gaan wonen en beginnen werken. Ik ben zelf op zoek gegaan naar begeleiding bij het alleen wonen. Een geweldige begeleidster heeft me enkele jaren ondersteund.
De situatie thuis heeft een grote impact gehad, op mezelf en mijn gezin, tot vandaag. Als kind had ik een heel laag zelfbeeld en nu speelt het nog, zelfs na jarenlange therapie. Ook heb ik 20 jaar lang rondgelopen met het idee dat ik een leugenaar was omdat ik van niemand erkenning kreeg. Pas toen ik er, op aanraden van m’n therapeut, onlangs over in gesprek ging met m’n moeder en ze me maanden later erkenning gaf voor wat ik heb moeten meemaken, viel er een grote last weg. Het leek alsof er een zak cement van me afviel. Heel lang heb ik volwassenen niet kunnen vertrouwen. En naar m’n zussen toe kamp ik nog altijd met het schuldgevoel “ik had hen moeten beschermen”, ook al weet ik dat het niet mijn verantwoordelijkheid was.
Op volwassen leeftijd heb ik opnieuw met mishandeling te maken gekregen, van m’n ex naar de kinderen toe. Ik heb veel schaamte moeten overwinnen om daarbij hulp te gaan zoeken. Ik kon niet weg van m’n partner omdat ik niet de financiële middelen had en er geen noodwoningen beschikbaar waren. Het heeft veel te lang geduurd vooraleer er kon worden ingegrepen (door de politie) omdat de verontrustende situatie thuis volgens de wetgeving niet ernstig genoeg was. Daar zou echt iets aan moeten veranderen.
Wat is belangrijk in het opmerken en ondersteunen van mensen die met zo’n ingrijpende ervaringen te maken krijgen?
Kinderen zelf zullen uit angst geen melding maken. Daarom is het heel belangrijk dat bijvoorbeeld leerkrachten, personeel tijdens medische onderzoeken, buurtwerkers, .. alert zijn voor signalen van psychische en fysieke mishandeling en het bespreekbaar kunnen maken met het kind wanneer de ouders er niet bij zijn. Hen ondersteunen bij handelingsverlegenheid (Hoe pak ik het aan naar ouders toe? Hoe verwijs ik door?..) is nodig. Een stappenplan en wegwijzer met partners en plaatsen voor hulpverlening (of ontmoeting) kan daarbij helpen. Laagdrempelige plekken waar je zonder afspraak kan binnenlopen, zoals een CAW of een Wijkgezondheidscentrum, en niet-oordelende hulpverleners kunnen verder een grote rol spelen. Volwassenen hebben nood aan hulpverlening die voldoende lang duurt, ook wanneer de grootste verontrusting voorbij is. En wanneer je draagkracht als volwassene al sterk belast is en je in de chaos van de overbevraagde hulpverlening op zoek moet gaan (bijvoorbeeld naar een psychotherapeut), dan is het helpend wanneer hulpverleners je daarbij intensief en ook praktisch ondersteunen. Preventief kan het zinvol zijn om op school kinderen en jongeren te leren stilstaan bij (signalen van) hun lichaam en te leren hun gevoelens te uiten.