Veerkrachtondersteuning - Kindperspectief
Situatieschets
Mijn naam is Tanja, 51 jaar, juriste en werkzaam bij COC als begeleider inspraakorganen voor het hoger onderwijs, woon in Overmere, heb een man, twee kinderen, een pluszoon en twee honden.
Naast mijn voltijdse job ben ik sterk sociaal geëngageerd en doe al veel jaren vrijwilligerswerk bij de vzw Zijn, een organisatie (sociaal cultureel volwassenwerk) die sensibiliseert op vlak van intrafamiliaal geweld. Ikzelf tracht het brede publiek bewust te maken van de impact van intrafamiliaal geweld op de kinderen die in deze situaties moeten opgroeien en ontplooien. Omdat iedereen steeds wegkeek van mij, wil ik me engageren hierin steentjes te verleggen en mensen hierover te doen nadenken en tot actie aanzetten.
Mijn ouders, beiden tienerouders, zaten in een gewelddadige dynamiek en spiraal. Door gebrek aan communicatievaardigheden, de juiste waarden en normen werd er niet op de juiste manier met elkaar omgegaan. Wanneer er alcohol in het spel was, mondde dit uit in zwaar geweld (wurgen, stampen, kloppen, kopstoten…) tegenover mijn moeder waar ik vaak getuige van was en zelfs ook enkele keren rechtstreeks slachtoffer.
Als kind kende ik niet anders dan deze dynamiek, het lopen op eieren, die zware mentale druk van de wetenschap dat er steeds wel iets kon gebeuren en me voorbereidende op het moment wanneer het echt slecht zou aflopen en hij haar zou vermoorden. Nu zie ik dat ik niet leefde maar trachtte te overleven.
De omgeving
In het dorp wist iedereen dat er bij ons iets mis was en de familie wist het zelfs heel goed. Niemand heeft dit ooit bespreekbaar proberen maken, mij iets gevraagd, mij apart genomen of mij proberen helpen. Iedereen, school incluis, keek de andere kant op. Eén keer ben ik hulp gaan halen bij een politieagent, die recht tegenover mijn grootouders woonde, omdat ik ervan overtuigd was dat hij me ging en kon helpen, ik was toen een kleuter. Hij keek uit het raam, zag me staan en heeft de deur zelfs niet geopend.
Die ene en eerste keer dat ik hulp wilde en de politie de andere kant opkeek, gaf dat aan mij het signaal dat er geen hulp was en dat ik er alleen voor stond, zo voelde ik me voor de latere jaren van mijn leven ook: niemand sprak erover (ook mijn moeder niet) en deed zijn ding. Ik vermoed dat dit ertoe heeft bijgedragen dat ik me als kind onzichtbaar voelde want dat was het signaal dat ik kreeg van de buitenwereld: we weten en zien het maar we kijken weg.
Mijn pépé langs moederskant is overleden toen ik 8 was. Hij was heel vaak ons toevluchtsoord. Mijn moeder vluchtte, samen met mij, naar hem toe om te bekomen van het zware geweld. Telkens opnieuw moest pépé toezien dat mijn vader ons terug kwam halen en mijn moeder (en ik) meegingen. Dat moet voor hem verschrikkelijk geweest zijn. Heel mijn leven heb ik het gevoel gehad dat ik voor iedereen onzichtbaar was, behalve voor hem. Hij is altijd bij me gebleven en heeft me behoed voor nog ergere dingen en dat gevoel geeft me troost.
Mijn juf van het derde leerjaar heeft me ’s ochtends, toen ik in het gips lag door te vallen met een spel, opgevangen en mee naar school genomen. Ze was erg lief en attent voor me. Ze woonde enkele huizen verder van ons. Misschien was dit haar manier om me te laten voelen dat ze er was voor me maar ze heeft het nooit uitgesproken maar haar daden zijn wel blijven hangen en ik kijk er met een warm gevoel op terug.
Niet gehoord en gezien worden heeft, naast al die gewelddadige ervaringen een verwoestende impact op het verdere leven. Pas toen ik 38 was en mijn moeder bij hem wegvluchtte hebben we het gevoel gehad van twee fantastische dames van slachtofferhulp dat we gehoord en geloofd werden ook al heeft het parket dat zware dossier geseponeerd.
Effecten op mijn/ons leven
De gewelddadige relatie van mijn ouders heeft mijn hele leven en zijn bepaald. Dit zie ik nu en kan ik nu duiden, voorheen niet en moest ik nog doorheen het hele proces van trauma en
traumaverwerking gaan. Tientallen jaren van mijn leven heb ik zo ‘verloren’. Ik heb PTSS, dwanghandelingen, grote angsten en leef nog elke seconde van de dag met de gevolgen ervan, ook al
zie je uiterlijk niets.
Alle keuzes, ook de belangrijkste, zijn beïnvloed door dat trauma ook al besefte ik het toen nog niet. Mijn partnerkeuze is daar een voorbeeld van: wanneer een jongen/man me zei dat hij me graag zag en me mooi vond was dat al voldoende om me hierdoor te laten meeslepen omdat die woorden goed aanvoelden en me het gevoel gaven dat ik wel zichtbaar was. Na verloop van tijd werd dan vaak duidelijk dat die relatie dan toch niet juist was.
Ook ikzelf ben lang geen fijne partner geweest. Iemand die zoekende is, niet wetende waarom, boos, verdrietig, teleurgesteld…is niet altijd fijn om mee samen te zijn of samen te leven.
Door mezelf te ‘heruitvinden’, met vallen en opstaan sta ik waar ik nu sta maar ik ben wel al 50+. Ik heb het gevoel dat ik veel verloren ben.
Naar de toekomst toe
Wat er beter kan, is vooral dat het brede publiek, zorg, onderwijs, justitie zich bewust is van deze problematiek en vooral ook van de impact hiervan op de kinderen. Om de cirkel van geweld, de spiraal van geweld (een kind doet wat het ziet) te doorbreken, is het noodzakelijk dat deze dynamieken zeer vroeg worden herkend en aangepakt zodat deze kinderen de kans krijgen om
ondersteund en begeleid te worden. Op deze manier kunnen ze, zo jong mogelijk, wel de juiste handvaten aangereikt krijgen en zelf op een juiste manier, liefst geweldloos, in het leven en relaties kunnen stappen.
Eveneens de ouders, zowel pleger als slachtoffer ondersteunen en begeleiden is belangrijk want de oorzaak van het geweld ligt bij hen ook bijna altijd in hun jeugd. Slachtoffers en plegers komen bijna altijd uit een gezin waar deze dynamiek ook heerste. Eigenlijk zijn zij ook slachtoffers van het niet ontvangen van de juiste hulp tijdens hun kindertijd en jeugd.
In curricula van het hoger onderwijs en universiteiten zou dit een opleidingsonderdeel mogen/moeten zijn in opleidingen waar professionelen hiermee te maken kunnen krijgen
(verpleegkunde, maatschappelijk werk,, onderwijs, geneeskunde, rechten…
Voor het onderwijs, en zeker de CLB’s zie ik een grote rol weggelegd: voor die kinderen is de school een veilige haven. Wanneer leerkrachten signalen opmerken en doorgeven, zou hier veel sneller en adequater mee moeten worden omgegaan.
Voorzitters van rechtbanken herkennen, nu nog steeds niet, de dynamiek van post partergeweld. Hierdoor worden kinderen gedwongen in een week/week regeling waarbij ze bij de ouder-pleger worden mishandeld.
De communicatie van/met de verschillende partners die nu werken rond de problematiek zou helderder en beter op elkaar afgestemd mogen worden. Multidisciplinair samenwerken is hier,
volgens mij, wel een sleutel tot succes.